Schermen: sport voor iedereen |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Menigeen zal schermen wel eens in het echt of op de buis gezien hebben. Het is een mooie sport maar net als bij cricket is er voor een leek geen touw aan vast te knopen. Twee in het wit geklede figuurtjes staan schijnbaar niet veel te te doen afgewisseld met korte periode van absolute chaos. In deze chaos gaan de beide spelers alle kanten op, wordt er veel geschreeuwd en gebeuren er een paar onbegrijpelijk snelle dingen. Vaak eindigt deze chaos in een moment van rust. Voor de omstanders wordt dit moment van rust aangekondigd door een carrousel aan oplichtende score-lampjes. De scheidsrechter zal dan in het Frans proberen uit te leggen wie nou wat, hoe, waar en of getroffen heeft. De schermers zullen uiteraard zelden laten blijken dat ze het met de scheidrechter eens zijn. En na wat tevergeefse protesten zal het hele pandemonium weer van voren af aan beginnen. U zal dan inmiddels de gewapende strijd hebben verruild voor de begrijpelijkere wedstrijd IJsselmeervogels - ADO op het andere net. Zelfs de scoreapparatuur biedt voor de leek geen houvast. Zeker niet toen een licht paar jaar geleden besloten heeft deze om te draaien. De lampjes gaan nu branden bij de degene die treft in plaats van degene die getroffen is. Voor de leek maar zelfs ook voor de ervaren crack geeft alleen de non-verbale (en soms ook de verbale) expressie van de schermers aan wie er voor staat of gewonnen heeft. Onbegrijpelijk is trouwens ook hoe gesloopt de schermers er uit zien na slecht enkele minuten schermen. Zwitserse marathonloopsters zijn hier niets bij. Nee, het zijn echt niet alleen de pakken die hiervoor zorgen.
Toch is schermen een sport voor iedereen. Bovengeschetst beeld heeft uiteraard alleen betrekking op de absolute top. Voor de meeste schermers is schermen (gelukkig) een leuke manier fit te blijven. Schermen is een combinatie van techniek, tactiek en snelheid. Een goede techniek of tactiek kan een hoop snelheid compenseren en vise versa. Hierdoor kunnen ook oudere schermers tot op hoge leeftijd veel jonge schermers de baas blijven. Het is absoluut geen uitzondering in Nederland om pensioengerechtigde schermers op wedstrijden tegen te komen. Schermen kent geen echte minimum of maximum leeftijd. Ook is er nauwelijks onderscheid tussen heren en dames. Op trainingen schermt iedereen tegen iedereen. Op wedstrijden is er wel onderscheid tussen heren en dames maar dit is kunstmatig. De meeste vrouwen doen absoluut niet onder voor de meeste mannen. Veel recreant equipewedstrijden zijn gemengd.
Schermen kent zes disciplines op drie wapenen. Dit zijn heren en dames op floret, sabel en degen. Ik zal kort uitleggen wat het verschil is tussen de wapenen:
In Nederland is dit het meest beoefende wapen. Met een floret mag (kan) je alleen maar steken (i.t.t. sabel waarmee je ook mag slaan). Bij floretschermen wordt onderscheid gemaakt tussen geldige en ongeldige treffers. Je kan alleen geldig treffen op de romp. Armen, benen en het hoofd zijn ongeldig. Bij floretschermen is er een woud aan regels. Het is niet al te moeilijk de basisregels te begrijpen. Toch gaat het te ver ze hier in het kort allemaal uit te leggen. In het kort.
Er zijn nog een hele hoop andere regels en uitzonderingen maar ik zou het kort houden.
In Nederland de minst beoefende schermdiscipline maar sinds sabel elektrisch is en ook door vrouwen wordt beoefend, is dit wapen sterk in opkomst. Nederlands damessabel is internationaal erg sterk. Sabel is een slag en steek wapen en kent met floret vergelijkbare regels. Grote uitzonderingen hierop zijn dat er behalve steken ook met het wapen geslagen of gehouwen mag worden en dat het trefvlak alles boven de gordel is. Armen en het hoofd zijn dus ook trefvlak. Verder mag er gedurende een partij niet 'gelopen' worden. Het achterbeen mag niet voor het voorbeen gezet worden.
Dit is het meest begrijpelijke wapen. De degen is iets groter dan de floret en is ook een steekwapen. De regels zijn aanzienlijk simpeler.
Verder is schermen een hoffelijke sport. Misschien is dit overgebleven van de tijd van de Musketiers. Voor elke partij groet je elkaar met een sierlijke beweging van het wapen. Na de partij groet je elkaar weer met eenzelfde sierlijke beweging van het wapen en geef je elkaar netjes de hand. Deze hoffelijkheid draagt ertoe bij dat schermers onderling erg amicaal zijn en dat de sfeer, zelfs op grote internationale wedstrijden, vriendelijk is. Overigens geven rechtshandige schermers elkaar een hand met de linker hand en linkshandige schermers met de rechter. Met de hand dus waarin je het wapen niet hebt. Als een rechtshandige schermer een linkshandige schermer na een partij een hand probeert te geven worden de meest gekke capriolen uitgehaald.
Nee, schermen is niet gevaarlijk. De meest voorkomende blessures zijn blauwe plekken. Soms gaat er wel eens iemand door zijn enkel. Een blessure die je bij elke staande sport kan verwachten. Verder gebeurt er vrijwel nooit iets. Toch maar wat antwoorden op misverstanden die ik veel hoor:
De lesgelden, verenigingscontributie en bondscontributie zijn vergelijkbaar met andere sporten en afhankelijk van het niveau waar je op schermt. De werkelijke kosten gaan zitten in het materiaal en het onderhoud er van. Zoals bij elke sport kan je dit zo duur maken als jezelf wilt. In het eerste half jaar dat je schermt,
hoef je vrij weinig uit te geven. De vereniging (Ter Weer) heeft al het
materiaal. Een paar zaalschoenen met witte zolen en een trainingsbroek
zijn meer dan genoeg. Je hoeft dus voor een eerste kennismaking met de
sport weinig kosten te maken. Als je besloten hebt te blijven schermen,
kan je, meestal gedurende het eerste jaar je eigen materiaal bij elkaar
sprokkelen tot het niveau waarop je wilt blijven schermen. Het spreekt
voor zich dat als je veel schermt je materiaal ook eerder kapot gaat of
moet worden vervangen. Als je besloten hebt te blijven schermen hoef je niet gelijk al het materiaal te kopen. De meeste beginnen met een handschoen, een mechanisch wapen en een eigen vest. Tweedehands is hier meestal wel aan te komen. De rest van het materiaal leen je van de vereniging. Na ongeveer een half jaar schermen ben je het lenen meestal wel zat en wil je wat meer materiaal. De meeste mensen kopen dan een elektrisch vest, een draadje wat door je mouw naar het wapen gaat en waarmee je aan de scoreapparatuur wordt gekoppeld en één of twee elektrisch wapens. De rest van het materiaal (masker, schermbroek, ondervest, sokken, wat reserve onderdelen, speciale schermschoenen) kan je daarna afhankelijk van je budget langzaam aanschaffen. Houd er rekening mee dat gemiddeld eens per jaar een wapen breekt. Nu wordt het pas duur. Wedstrijdschermers hebben veel materiaal nodig omdat er bij hun ook veel kapot gaat. 5 tot 10 elektrische wapens, twee elektrische vesten, veel reserve materiaal etc. Desondanks kunnen veel wedstrijdschermers het ook met veel minder af. Met een beetje creativiteit, een rol plakband en uitgekiend leengedrag hoeft geld geen beletsel te zijn om een goede wedstrijdschermer te worden. Je komt op wedstrijden dan ook veel studenten tegen.
Nee en ja, de beginselen heb je vrij snel onder de knie. Het leerproces houdt echter nooit op. Hoe langer je schermt, hoe beter je wordt. Je kan ongeacht je leeftijd altijd vooruit. Al is het niet meer de snelheid dan valt er altijd nog wat te sleutelen aan de techniek waarmee het verlies aan snelheid kan worden gecompenseerd. Niets mooier om als krasse knar een jong fanatiek wedstrijdscherm(st)ertje louter op techniek, tactiek en levenservaring te verslaan. Niets frustrerender overigens voor het jonge fanatieke wedstrijdscherm(st)ertje. ![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||